WegWijs magazine

EEN GODDELIJK KUNSTWERK In het begin schiep God de hemel en de aarde. (Gen.1) Met deze woorden opent de Bijbel. In een paar zinnen wordt verteld hoe de wereld haar oorsprong vindt. De grootste wonderen worden zonder uitweiding beschreven. God spreekt, en wat Hij zegt gebeurt. Het ontstaan van alles wat leeft, en van de orde die de schepping draagt, wordt in twee hoofdstukken verwoord. De grootsheid daarvan gaat het menselijk verstand te boven. Het is een werkelijkheid die wij slechts ten dele begrijpen en die ons volledig zal worden onthuld wanneer het aardse bestaan ten einde komt. Hoewel veel mensen sceptisch staan tegenover het bestaan van God, bevraagt de natuur deze kritische houding. De schoonheid en samenhang die zichtbaar zijn, laten zich moeilijk negeren. Zelfs wie niet gelooft, kan zich verwonderen over de precisie waarmee alles is opgebouwd. Overal zijn vaste structuren en verhoudingen te ontdekken die zich blijven herhalen. Bijvoorbeeld een dennenappel. De schubben lopen in spiraalvormige banen rond de kern, vaak in twee richtingen tegelijk. Het aantal spiralen volgt een vast patroon. Hetzelfde is te zien bij zonnebloemen, waar de zaden in het hart in tegengestelde spiralen zijn gerangschikt. Zulke vormen komen op talloze plaatsen in de natuur voor, in slakkenhuizen en schelpen, in pauwenveren, in orkanen en zelfs in de spiraalarmen van melkwegstelsels. Ook het menselijk lichaam vertoont verhoudingen die aan duidelijke wetmatigheden beantwoorden. Al vroeg ontdekten mensen deze orde. Wiskundigen beschreven haar in de Fibonaccireeks en in het getal φ, de zogenoemde gulden snede. Deze verhouding, ongeveer 1,618, duikt steeds opnieuw op in de natuur. Tegelijk werd zij toegepast in kunst en Kunstwerk bouwkunst. Vormen die deze verhouding volgen, worden vaak als evenwichtig en aangenaam ervaren. Grote denkers, zoals Isaac Newton en Albert Einstein, onderzochten de wetten die de schepping beheersen, van licht tot zwaartekracht. Toch blijft de wereld waarin wij leven meer dan een optelsom van formules. Zij verwijst naar de grootheid van haar Maker. En ooit zal dat niet langer afgelezen worden uit patronen en spiegels, maar rechtstreeks worden aanschouwd. ‘Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben’ (1 Kor. 13:12). TOELICHTING Leonardo da Vinci was gefascineerd door de wiskundige samenhang. Hij was niet alleen schilder, maar ook onderzoeker van de natuur en het menselijk lichaam. In werken als de Mona Lisa en Het laatste avondmaal zijn de verhoudingen zorgvuldig door- dacht. In De Mens van Vitruvius bracht hij het menselijk lichaam in beeld als onderdeel van een grotere orde, waar- in maat en harmonie samenkomen. ‘De Mens van Vitruvius’ Leonardo da Vinci, ca. 1490; Gallerie dell’Accademia, Venetië Margré van de Geest is grafisch ontwerper en keramiste en verbindt kunst aan het thema van WegWijs. 19 VERBEELDING VERWOORD TEKST: MARGRÉ VAN DE GEEST

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=