WegWijs magazine

Psalm 50 is een indrukwekkende psalm. Alleen al de intro is adembenemend: God verschijnt in stralend licht en neemt hemel en aarde als getuigen bij een rechtszaak Wat voor rechtszaak? Het gaat om een oordeel over Gods volk, Israël (vers 1-7). Wat is het punt? Dat zijn niet de offers van de Israëlieten. Daarmee is alles in orde. Het gaat om de instelling waarmee ze die offers brengen. Ze denken dat God dat offervlees nodig heeft. Maar dat is echt niet zo. God is niet van hen afhankelijk (vers 8-9). Nog erger: ze denken dat ze dankzij hun offers weg kunnen komen met bedrog en corruptie en geroddel (vers 18-20). Er is bekering nodig van dat kwaad. Alleen dan geeft God redding. Het gaat niet allereerst om offers, maar om gehoorzaamheid en een heilig leven. Als je God offers brengt moet je dat niet doen om een wit voetje bij Hem te halen, maar uit dankbaarheid. Vers 23: Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt. Psalm 50 brengt een fundamentele boodschap. De psalm roept ons op tot eerbied voor God en een heilig leven met Hem. HEILIGE NATUUR Midden in die psalm staat dan die uitspraak over de dieren van het woud, de vogels in de bergen en al het leven op het veld: het is allemaal van God. Daarom heeft God dus helemaal geen offers nodig. Al het leven op aarde is van Hem. Alles staat tot zijn beschikking. Alles dient zijn eer. Daarom noem ik de natuur heilig. Wanneer is iets heilig? Van mijn leermeester prof. Doekes leerde ik dat een schepsel heilig is als het dienstbaar is aan de verheerlijking van Gods naam. Dat is precies wat er gebeurt in Psalm 50. Gods heerlijkheid schittert oogverblindend in al die beesten. Mij als vogelaar spreekt vooral deze zin aan: Ik ken alle vogels van het gebergte. Ja, echt, God kent alle vogels, zelfs de vogels die nauwelijks te vinden zijn, diep in de bergen en de bossen. Ik kijk al ruim 60 jaar naar vogels, maar ik heb maar een paar honderd soorten gezien. Maar God kent ze allemaal. Er zijn meer dan 10.000 vogelsoorten op aarde. Geen is er vreemd aan God. En het gaat niet alleen om soorten. God kent elk afzonderlijk vogeltje. Zoals Jezus zegt: geen musje valt op de aarde zonder God. En dat zijn dan alleen nog maar de vogels. Maar hetzelfde geldt voor alle andere dieren, van olifant tot pissebed. God kent ze allemaal. Zo groot is God. Zo heilig is de natuur. ONDERWORPEN SCHEPPING Dat betekent trouwens niet dat de natuur altijd zo idyllisch is. Er is ook veel geweld en wreedheid in de natuur. Dat hoor ik ook wel doorklinken in deze psalm. Het gaat over de dieren van het woud. Ze gin- ‘God kent ook de vraatzuchtige beesten. Ook daarin toont Hij zijn heerlijkheid.’ PSALM 50: 10 & 11 Mij behoren de dieren van het woud, de beesten op duizenden bergen, Ik ken alle vogels van het gebergte, wat beweegt in het veld is van Mij. 5 TEKST: BAREND KAMPHUIS SCHATGRAVEN

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=