Jacob werd ook in de commissie benoemd voor de nieuwe Bijbelvertaling die wij kennen als Statenvertaling. Hij werkte mee aan de vertaling van het Nieuwe Testament. Een man die een grote erfenis heeft nagelaten op het kerkelijk erf. Zijn zoon Timotheus wordt ook predikant. Het is altijd moeilijk om in de (kerkelijke) voetstappen van je vader te treden, zeker als die zo groot zijn. Hij zal zelf verwachtingen hebben gekoesterd, anderen zullen dat ook hebben gedaan. Weinig is daarvan uitgekomen. Zijn predikanten-loopbaan verloopt moeizaam.
Timotheus’ zoon Jacob pakt het nog weer anders aan. Hij slaat op de vlucht vanwege zijn geloof. Hij vlucht naar de zuidelijke Nederlanden, is overtuigd rooms-katholiek geworden en zal zijn roeping vinden als missionaris.
Vluchten vanwege het geloof was vaak een identity marker. Dat kon ver doorwerken in generaties en bepalend zijn voor hoe mensen naar zichzelf en de wereld keken. Uit de beschreven geschiedenis blijkt echter dat dit geen wetmatigheid is. Kleinkinderen kunnen ook een vlucht de andere kant op maken, ongeacht de rol van opa in de kerkgeschiedenis.
Nu speelt deze geschiedenis zich af in de zestiende en zeventiende eeuw. Zo is de context van vandaag anders als het gaat om de verhouding tussen gereformeerden en katholieken. Wat blijft is dat wat voor de ene generatie een identity marker is, dat dat voor een volgende generatie niet zo hoeft te zijn.
Geloven is geen familiekwaal, elke generatie wordt weer geroepen om te antwoorden op Gods liefde. En toch, God sluit zijn verbond met de gelovigen en hun kinderen. God werkt ook in de lijn van generaties.



