In de kerkgeschiedenis is dit verwoord met het beeld van een boek. De schepping is een krachtig boek dat voor onze ogen openligt, en de letters zijn alle schepselen, groot en klein, die ons laten zien wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Wie leert kijken, leert lezen. Guido de Brès nam dit beeld op in de NGB. Deze jonge hervormer wilde mensen niet alleen leren lezen in de Bijbel, maar ook in de schepping. Wie de natuur niet leert lezen komt de Schepper nooit tegen op zijn levensweg. Zeker, je kunt iemand de Bijbel leren lezen. Dat is de onmisbare leesbril voor wie God nog niet scherp ziet. Het verhaal van de Schepper, of een psalm over de schepping, opent de ogen voor wie God wil leren kennen. Zie je ook met je ogen hoe groots en machtig Gods wereld is? Of ga je haast blind door het leven?
In de kerkgeschiedenis komen we allerlei boeken tegen die leeshulp zijn bij ‘het boek van de natuur’. Dat boek heet ‘een lekenboek’. Je hoeft geen boeken te kunnen lezen om wel de natuur te leren ‘lezen’! iemand die gewone gelovigen wilde leren ‘lezen’ was Jan Gerritsz Versteghe. In Der leken wechwyser beschrijft hij de schepping als een open boek. Alles wat wij dagelijks zien en ervaren getuigt van Gods almacht, wijsheid en goedheid. Hij wijst daarbij op Romeinen 1, Psalm 19 en Genesis 1 en besluit scherp: “Wee ons als wij niet door middel van de schepselen aan God denken.”
Vandaag prikkelt de natuur opnieuw onze zintuigen: opwarming, verdwijnende soorten, vervuiling. Des te urgenter is haar oproep om de schepping niet zo te bekrassen dat het boek van de natuur onleesbaar wordt.



