Interview

Verlangen naar ijshockey kerken

Een gesprek met Cors Visser “Ik heb wel eens het idee dat ik veel curlingkerken in Nederland zie, terwijl ik verlang naar iets meer ijshockeykerken.” Aan het woord is Cors Visser, directeur van de organisatie Kerkpunt. Hij sprak eerder dit jaar een missionaire trendrede uit.

‘Als Visser anno nu een brief zou schrijven, zoals Judas deed, dan zou hij vooral de afgod van het comfort ter sprake willen brengen.’

“Met curlingkerken bedoel ik kerken waar het zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt. Ook voor jongeren. Alsof we met een bezem alle obstakels wegvegen zodat de steen kan glijden. Ik zou wel weer wat meer ijshockeykerken willen zien. Met strijd, doorzettingsvermogen, beetje stoer, botsen, je gaat onderuit en staat weer op. Je geniet van het samenspelen.”

Drie trends

Even over die missionaire trendrede. Elke twee jaar maakt Kerkpunt samen met De Verre Naasten en de IZB een balans op. Dit wordt verwerkt in een rede. Cors Visser schreef dit jaar de rede en signaleert drie trends in de samenleving: therapeutisering, weerbaarheid & veerkracht en tribalisering.
Als het gaat om therapeutisering, gaathet om de stijgende vraag naar psychische hulp. Steeds meer mensen geven aan dat het slechter gaat met hun mentale gezondheid, zegt Visser. De tweede trend gaat over weerbaarheid en veerkracht. “Weerbaarheid heeft vooral iets te maken met sterk zijn, je wapenen. Veerkracht is het vermogen van groepen of individuen om te reageren, zich aan te passen en te veranderen als reactie op stress en spanning.” Bij de derde trend, tribalisering, gaat het om een sterk wij-zij-denken, gericht op overleven en de collectieve strijd tegen andere groepen.
Deze trends geven de ervaring weer van onzekerheid en verandering. “Het lijkt alsof we moeten overleven in een wildernis. Als we als kerk mensen willen bereiken, moeten we met deze ervaringen rekening houden.”

Rust

Visser vond onder andere inspiratie voor de rede in een praktisch theologieonderzoek dat hij zelf deed. Hij interviewde enkele nieuwkomers in de kerk en bracht in kaart wat hen bij de kerk bracht. Wat hem opviel is dat rust een belangrijk onderwerp is voor nieuwe gelovigen. “Ik heb het dan over identiteitsrust. Dus dat je mag weten wie je bent. Je bent goed genoeg in Christus. Dat staat in schril contrast met de prestatiemaatschappij waar in je bent wat je hebt bereikt. Je leven krijgt betekenis, zo vertelden sommige geïnterviewden mij, omdat je opgenomen bent in een grote geheel.
Daarnaast doel ik ook op rust in de zin van stilte. Dat herken ik ook bij mezelf. Iemand zei pas gekscherend: ‘Ik kom naar kerkdiensten om God te ontmoeten, maar de dominee praat er telkens doorheen.’ Waar is de rust om God te ontmoeten?”

Het lijkt alsof we moeten overleven in een wildernis.

Comfort als afgod

Als gezegd merkt Visser dat veel gereformeerde kerken een soort curling-kerken zijn. “We willen het elkaar, en vooral ook jongeren, makkelijk en comfortabel maken. Maar jongeren, en misschien ook wel ouderen, hebben juist de behoefte aan uitdaging, iets om voor te strijden.” Als Visser anno nu een brief zou schrijven, zoals Judas deed, dan zou hij vooral de afgod van het comfort ter sprake willen brengen. “En dat is dan allereerst ook een brief aan mezelf, want ik wentel mij ook in comfort. Het geloof mag mij best wat kosten, financieel ook, maar het moet niet te gek worden.”

Experiment

Visser pleit voor een experimentele kerk. “Kerken mogen en kunnen onderling van elkaar verschillen. We zijn in Christus geworteld en kunnen dus met vertrouwen naar de toekomst gaan. Dat biedt ruimte om in de kerk te experimenteren met vormen. We hoeven ons niet te laten leiden door de angst om fouten te maken. Want wat als er een keertje wat misgaat? Is dat zo erg? Dan hebben we weer wat geleerd.” De brief van Judas heeft een strijdbare toon. “Je mag elkaar ook in de kerk aanspreken. Je staat ergens voor, ook als de onderlinge praktijk per stad verschilt.” In de kerk gaat het niet alleen over dromen, maar ook over doen. “Jongeren en nieuwe gelovigen hebben honger naar kennis en informatie, om te onderbouwen waar ze voor staan en welke keuzes ze maken. Het is goed om kaders te hebben, en niet alleen om daar als puber tegenaan te schoppen, maar vastigheid kan ook een valkuil zijn.”. Wat Visser betreft mag de lat in de kerk wel wat hoger komen te liggen. “En als we die lat dan niet halen, is dat niet erg. Want door genade mogen we steeds opnieuw beginnen. We moeten naar een cultuur van uitnodiging en uitdaging. Dat laatste mag wel wat meer  accent hebben.”


Dr. ir. Cors Visser (1976) is directeur van Kerkpunt. In 2013 promoveerde hij in de godsdienstsociologie. Vorig jaar rondde hij een master missionaire gemeente (TUU) af.


<p>Dit interview is afgenomen door: </p><h6>Frits Tromp</h6>

Dit interview is afgenomen door:

Frits Tromp

Frits Tromp is journalist en schrijver.

Ontvang een gratis proefnummer